Zindelijk worden 1-4 jaar
Zindelijk worden: Wat en wanneer?
Zindelijkheid is gecontroleerd plassen en poepen op een plaats die daarvoor bedoeld is. 'Gecontroleerd' wil zeggen dat je kind zijn plas en poep kan ophouden en zelfstandig kan reageren op aandrang. Een kind wordt vaak eerst zindelijk voor poepen. Dit is beter te beheersen dan de aandrang tot plassen, die hen vaak veel meer en vaker overvalt.
Een kind kan al vóór zijn tweede jaar poepen op een vaste plek als hij daar wordt neergezet. Dit is nog geen zindelijkheid, omdat het kind nog niet zelfstandig reageert op de aandrang.
In westerse landen worden kinderen vaak tussen de 2 en 3 jaar overdag zindelijk. Tussen de 3 en 4 jaar worden veel kinderen ook 's nachts zindelijk. Jongens zijn hierbij vaak wat later dan meisjes.
Wanneer is je kind toe aan zindelijk worden?
Er zijn signalen dat je kind eraan toe is om zindelijk te worden:
- Je kind zit in de imitatiefase en doet jou vaak na (stofzuigen, schoonmaken etc).
- Je kind weet waar “het” hoort (toilet of potje). Je kind wordt wat onafhankelijker of zelfstandiger.
- Jouw kind volgt jou naar het toilet, wil weten wat je daar doet en toont interesse voor wat er uit het eigen lichaam komt. Hij is geïnteresseerd in poep.
- Je kind voelt dat hij moet poepen, als hij een vieze broek niet meer fijn vindt of zelf de luier gaat afdoen. Je kind heeft steeds vaker een droge luier.
Wat kan je doen?
- Neem je kind mee naar het toilet en vertel wat je doet. Spoel samen met je kind door.
- Zet je peuter op vaste tijden een paar minuten zonder luier op het potje. (Maximaal vijf tot tien minuten bij poepen) Voor of na het eten zijn goede momenten om mee te beginnen. Daarna kan je uitbreiden: bij uit bed komen, een kwartier na het eten of drinken, bij weggaan of thuiskomen.
- Zorg voor een ontspannen en positieve sfeer. Neem er de tijd voor, geef het positieve aandacht en leg er geen druk op. Lees een verhaaltje voor.
- Als je kind gewend is aan het potje kan je kind langzaam wennen aan het zitten op het toilet. Gebruik daarbij een toiletbrilverkleiner. Doe dit alleen als je kind dit niet eng vindt. Gebruik een opstapje als voetensteun zodat je kind dan meer ontspannen zit. Laat je kind niet persen.
- Als je kind overdag goed op het toilet plast kan de luier overdag uit.
- Het is niet erg als het niet lukt. Reageer neutraal, zonder boos te worden. Als het goed gaat is dat natuurlijk fantastisch. Als je kind ervaart hoe blij jij daarmee bent, zal hij het vaker willen proberen. Dit versterkt het zelfvertrouwen voor de volgende stap: het zindelijk worden voor de plas.
- Geef je kind ook complimenten als het zelf aangeeft dat het naar het potje of het toilet wil.
- Als de luier steeds vaker droog is, kan je je peuter zonder luier laten lopen. Het kost een kind meer moeite om de snelle aandrang van de plas te controleren. Daarom gaat het nog wel eens mis.
Belonen
Je kan werken met een gedragskaart. Kies samen met je kind een kleine beloning uit (bijvoorbeeld iets leuks samen doen). Laat je kind een sticker plakken of een zonnetje tekenen als het lukt en laat het vakje leeg als het een keer niet lukt.
Verstopping
Niet iedereen poept volgens hetzelfde patroon. Sommige kinderen moeten twee tot drie keer per dag naar het toilet, anderen één keer per twee dagen. Drie tot tien procent van de kinderen heeft last van verstopping. We spreken pas van verstopping als een kind twee keer per week of minder poept. Sommige kinderen hebben verstopping ondanks dat ze elke dag poepen. Dit komt vaak doordat ze onvoldoende tijd nemen om alles uit te poepen. Wanneer ontlasting lange tijd in de darm blijft zitten, wordt er meer water aan de ontlasting onttrokken. Deze wordt dan hard. Ook harde en forse ontlasting die moeilijk uit te poepen is, wordt verstopping genoemd.
Het is goed om te realiseren dat broekpoepen niet ontstaat uit onwil van het kind of dat het dit expres doet, maar dat het bij ongeveer 80 tot 90 procent van de kinderen een verstopping de oorzaak is.
Er bestaan nogal wat misverstanden over verstopping. Er wordt gedacht dat het te maken heeft met een vertraagde zindelijkheid, maar het is een medisch probleem! Veel mensen denken bijvoorbeeld dat je dan helemaal niet meer kunt poepen. Daar is lang niet altijd sprake van. Verstopping kan de ene dag erger zijn dan de andere. Er bestaat veel onduidelijkheid over het gebruik van laxeermiddelen: dat dit verslavend is en dat je daar luie darmen van krijgt. Dat is een fabeltje. Het is belangrijk om zo snel mogelijk hulp in te schakelen en in veel gevallen langdurig te laxeren. Ga naar de huisarts. Indien nodig verwijst hij door naar de poeppoli in het ziekenhuis.
Dingen die je kan doen
- Laat je kind meer drinken.
- Geef je peuter meer eten waar vezels in zitten, zoals fruit, groente en bruinbrood.
- Zorg ervoor dat je peuter ontbijt.
- Laat je peuter op een vaste momenten naar het toilet gaan.
- Let op de houding van je kind als het op het toilet zit. Zet een klein krukje onder de voeten.
- Laat je peuter minstens een uur per dag intensief bewegen, bijvoorbeeld buiten spelen, fietsen.
- Vertel je kind dat het direct naar het toilet moet gaan als het aandrang voelt.
Zindelijkheid en ongelukjes
Wanneer ongelukjes zó structureel worden dat het lijkt alsof een kind weer helemaal onzindelijk is geworden, spreek je van een (tijdelijke) terugval of regressie. Dit is een normaal onderdeel van het proces om zindelijk te worden dat veel voorkomt en is niet erg.
Mogelijke oorzaken bij terugval:
- Je kind is ziek geweest.
- Een uitgesproken temperament.
- Te veel dwang om zindelijk te worden.
- Nog niet handig genoeg om de kleren snel uit te trekken.
- Vervelende ervaringen (toilet onvindbaar, per ongeluk opgesloten, angst bij vreemden).
- Stressvolle gebeurtenissen, zoals echtscheiding, overlijdensgevallen, verhuizing, nieuw broertje of zusje, of voor het eerst naar peuterspeelzaal of kinderopvang.
- Verstopping.
Als je zeker weet dat er geen lichamelijke oorzaak is, kun je weer rustig beginnen met het trainen op het toilet of het potje. Het is belangrijk om rustig blijven en niet gefrustreerd te raken, omdat dat weer extra druk op je kind legt. Het beste is om zo'n tijdelijke terugval gewoon te accepteren. Meestal gaat het vanzelf weer over. Structuur, regelmaat en simpele beloningen kunnen daarbij helpen. Laat je kind zelf helpen met verschonen of het zelf doen en geef zo min mogelijk aandacht aan het onzindelijk zijn. Vergelijk het met leren fietsen: Als je kunt fietsen, val er gewoon soms nog een keer af.