Peuters en driftbuien (1-4 jaar)
Communiceren door emoties
Peuters leren met hun hele lichaam en proberen van alles uit. Ze verkennen hun grenzen, we noemen dit ook wel de peuterpuberteit. Dit gaat gepaard met vallen en opstaan, met plezier, trots en frustratie. Ze communiceren door huilen, lachen, trillen en driftbuien. Dit gebeurt in eerste instantie onbewust. Ze moeten zichzelf nog leren kennen.
Zelfherkenning is een mijlpaal in de ontwikkeling van het zelfbeeld van een jong kind. Dit begint zo rond het tweede jaar. Ze leren zichzelf herkennen. Dit zelfbesef ontstaat op basis van emoties. De groei van dit zelfbesef is voor je peuter zo indrukwekkend, dat hij aan het eind van zijn tweede levensjaar alles bekijkt vanuit zijn eigen blikveld. Hij denkt dat iedereen de wereld net zo ziet als hij.
Huilen, het hoort erbij
Door huilen ontwikkelen kinderen hun stem. Ze uiten door huilen hun gevoelens en ontladen spanning. Kinderen die zich in slaap huilen ordenen de gebeurtenissen van de dag. Dit helpt om rustig in te slapen.
Geef huilen de volle aandacht, maar kom niet gelijk in actie. Kijk eerst wat je kind nodig heeft. Soms is dat een volle omhelzing, maar het kan ook een aai over de bol zijn. Benoem de emotie. Zo leert je kind iets over gevoelens. Vertel je peuter dat hij mag huilen. Daarmee laat je merken dat hij zich mag uiten.
Boosheid, driftbuien, hoe ga jij er mee om?
Driftbuien (boosheid) zijn meestal een uiting van onmacht en wanhoop. Je peuter schiet als het ware in de overlevingsstand op momenten dat hij de greep op zichzelf voelt wegglijden en de stress voelt toenemen.
Peuters tussen één en drie jaar hebben vaak nog onvoldoende woorden om hun boosheid te uiten. Bovendien kunnen ze hun boosheid nog niet sturen met gedachten en zijn daardoor nog niet in staat om hun emoties goed onder controle te houden. Peuters worden erdoor overspoeld. Sommige peuters kunnen lang en dwangmatig vasthouden aan hoe iets begon of gaan languit op de grond liggen gillen. Ook kan je peuter gaan kokhalzen of hij komt lucht tekort waardoor hij blauw aanloopt of even wegvalt. Weet dan dat dit geen kwaad kan, je peuter stopt niet met ademhalen.
Laat het gebeuren en geef erkenning aan dat wat je kind boos heeft gemaakt. Benoem de emotie; ‘ik zie dat je boos bent’. Hiermee geef je taal aan een emotie. Blijf rustig, ga niet in discussie en vraag je peuter niet om op te houden, maar laat hem huilen en uitrazen, dat lucht op. Geef niet toe. Je kind leert dan dat hij door boos te worden zijn zin krijgt. Als je peuter boos blijft, kun je het even negeren door er geen aandacht aan te geven totdat de driftbui over is. Dit werkt alleen als je het kunt volhouden. Dus ook niet praten tegen je kind en je kind niet aankijken. Geef aandacht als de driftbui over is.
Meer weten?
Op de agenda van Loes vind je meer tips en gratis webinars en cursussen. Ook vind je veel informatie op GroeiGids.nl of overleg met je verpleegkundige bij het consultatiebureau.